Stadsverwarming Purmerend verwacht over 2026 uit te komen op een verlies van ongeveer €1,2 miljoen. In de begroting stond nog een winst van €180.000. Volgens wethouder Erik Struijlaart komt de tegenvaller vooral doordat onderhoud aan de BioWarmteCentrale eerder moest worden uitgevoerd dan gepland.
Het gaat om werkzaamheden aan de ketelwanden en een deel van de doekenfilters. Die kosten stonden eigenlijk voor 2027 in de begroting, maar drukken nu op het resultaat van dit jaar. Tot en met het tweede kwartaal liep SVP nog volgens begroting.
Voor de gemeente heeft het verwachte verlies volgens het college geen directe financiële gevolgen. SVP kan het bedrag opvangen uit het eigen weerstandsvermogen. Ook was het verwachte dividend voor 2026 al eerder uit de gemeentelijke begroting gehaald.
De tegenvaller komt na een paar onrustige jaren voor het warmtebedrijf. Eind 2022 gingen de tarieven voor 2023 fors omhoog. Het leveringstarief steeg naar €65,21 per gigajoule. SVP wees toen op hogere kosten voor onder meer houtsnippers, aardgas en elektriciteit.
In 2023 ontstonden ernstiger problemen in de BioWarmteCentrale. Door versnelde corrosie moesten twee ketels uit bedrijf. Daardoor was veel meer aardgas nodig om warmte te blijven leveren en liep de schade in de miljoenen.
De gemeenteraad liet daarna extern onderzoek doen. Dat onderzoek concludeerde eind 2024 dat SVP de corrosie niet had kunnen voorzien. Ook vond het onderzoek dat het bedrijf passend had gereageerd en meer dan twintig maatregelen had genomen om herhaling te voorkomen.
Nu zorgen juist nieuwe onderhoudskosten opnieuw voor rode cijfers. Het bedrag van €1,2 miljoen is nog een verwachting. Volgens het college kan het uiteindelijke resultaat anders uitvallen, bijvoorbeeld door het warmteverbruik en het weer.