Vier kansgebieden
In een voorstel over toeristische verblijfsaccommodaties schrijft het college dat Purmerend en de Beemster meer overnachtingsplekken nodig hebben. De gemeente wijst op de binnenstad, het Werelderfgoed Droogmakerij de Beemster, horeca, cultuur, evenementen en de ligging bij Amsterdam.
Voor nieuwe accommodaties kijkt het college vooral naar vier plekken: de binnenstad, het Waterlandkwartier, De Koog en de Beemster. Buiten die gebieden geldt in principe nee, tenzij een plan duidelijk iets toevoegt.
Groei was al ingezet
De groei begint niet bij dit voorstel. De raad stelde eerder de Visie Recreatie en Toerisme vast, waarin meer verblijfsaccommodaties al als doel is opgenomen. Ook kreeg De Koog eigen ruimte voor ongeveer 120 tot 150 kamers in de komende vijf tot tien jaar.
Hoe lang en ingewikkeld zo’n traject kan worden, bleek aan de Vredenburghweg in Zuidoostbeemster. Daar stelde de raad in 2022 een bestemmingsplan vast voor drie recreatiewoningen en een bedrijfswoning. Pas in maart 2026 werd dat plan onherroepelijk, nadat de Raad van State de beroepen ongegrond had verklaard.
Regie op nieuwe plannen
Het college noemt de nieuwe bandbreedte richtinggevend. Het is dus geen doel dat koste wat kost gehaald moet worden. Toch is 750 tot 1.000 extra kamers voor Purmerend geen klein bijzaakje. Zeker niet in een gemeente waar wonen, ruimte, verkeer en leefbaarheid al onder druk staan.
Daarom wil het college vooraf meer regie. Nu worden plannen voor hotels, B&B’s en andere accommodaties vooral los beoordeeld. Met een nieuw kader moet duidelijker worden waar iets kan, aan welke voorwaarden een initiatief moet voldoen en wanneer de gemeente nee zegt.
Wethouder Melissa Rotteveel (VVD) vraagt de raad of zij de richting steunt, welke grenzen zij ziet en welke voorwaarden het zwaarst moeten wegen. Daarna werkt het college het definitieve kader verder uit.