Meer hulp dan elders
De Wmo is de wet waarmee gemeenten hulp regelen voor inwoners die thuis niet alles zelf kunnen. Denk aan huishoudelijke hulp, begeleiding of aanpassingen in huis. Volgens een memo van wethouder Rianne de Wit (AOV/LMS) van 6 oktober liggen de Wmo-uitgaven in Purmerend hoger dan in vergelijkbare gemeenten. Dat komt vooral doordat relatief veel inwoners ondersteuning krijgen.
Eigen kracht als bezuiniging
De Wit laat maatregelen onderzoeken die de groei van de kosten moeten afremmen. Het gaat onder meer om scherper toetsen, vaker evalueren, betere controle op contracten en anders werken bij de toegang tot hulp.
Maar die maatregelen lossen het tekort niet echt op. De maatregel die financieel wel veel kan opleveren, komt uit Purmerend in Balans. Dat is de bezuinigingsoperatie waarmee de gemeente de begroting weer sluitend wil krijgen. Voor de Wmo betekent dat: een sterker beroep op eigen kracht bij hulp in het huishouden.
Niet één korting voor iedereen
Daar zit het juridische probleem. De gemeente mag niet voor een hele groep tegelijk zeggen dat de huishoudelijke hulp omlaag gaat. Een Wmo-beschikking geeft een inwoner recht op een concreet aantal uren hulp. Dat recht kan niet met één algemene beleidskeuze worden gehalveerd.
Herindiceren kan volgens de juridische analyse wel. Maar dan moet de gemeente per inwoner onderzoeken wat iemand zelf kan, wat familie of buren kunnen doen, en welke hulp daarna nog nodig is. Elke verlaging moet apart worden gemotiveerd.
Coalitiepartijen verschillen over Wmo
De coalitiepartijen gingen de verkiezingen niet met hetzelfde Wmo-verhaal in. GL/PvdA schreef dat niet op de Wmo moet worden bezuinigd. VVD legde juist meer nadruk op eigen verantwoordelijkheid en hulp voor wie het echt nodig heeft. D66 noemde een inkomensafhankelijke eigen bijdrage reëel. AOV, de partij van De Wit, schreef dat veranderingen in de Wmo onvermijdelijk zijn, maar niet ten koste mogen gaan van inwoners.