Purmerend wil speculatie met betaalbare koopwoningen tegengaan. Tenminste, zolang dat de verkoop niet in de weg zit. Bij woningbouwproject Wherezien schrapt het college het verbod om een woning binnen twee jaar na oplevering door te verkopen.
In een brief van 14 oktober melden wethouders Jordi Albers (GBP) en Sanda van Dam (PRO) dat het verbod vervalt. De reden: volgens de ontwikkelaar verloopt de verkoop moeizaam, en het doorverkoopverbod zou daar een van de oorzaken van zijn.
Twee jaar blijven wonen: te veel gevraagd?
Waarom zou een gewone huizenkoper daar wakker van liggen? Het gaat om woningen voor mensen die er zelf willen wonen, niet om handelswaar om na oplevering snel mee te cashen.
Natuurlijk kan het leven veranderen. Starters gaan samenwonen, krijgen kinderen of vinden elders werk. Het college noemt dat argument zelf ook.
Maar juist daarvoor bestaan uitzonderingen. In februari schreef hetzelfde college nog dat er bij bijzondere omstandigheden maatwerk mogelijk moet zijn. Waarom dan niet dat maatwerk toepassen, in plaats van de hele afspraak te schrappen?
Speculatie ineens geen probleem meer
Volgens het college is de kans op speculatie bij Wherezien klein, omdat de zelfbewoningsplicht blijft bestaan.
Dat klinkt geruststellend, maar het zijn twee verschillende dingen. De zelfbewoningsplicht voorkomt dat iemand een huis koopt om het te verhuren. Het doorverkoopverbod voorkomt dat iemand een betaalbare woning koopt, er even in gaat wonen en hem met winst weer verkoopt.
Dat laatste was nou juist de bedoeling van de maatregel. Met het verbod verdwijnt ook die bescherming.
En hoeveel kopers haken nu eigenlijk af vanwege dat verbod? Dat weet niemand. Het college onderbouwt het niet; het neemt het verhaal van de ontwikkelaar over.
De ontwikkelaar krijgt zijn zin, de gemeente geen garantie
Wherezien omvat 476 woningen, waaronder sociale huurwoningen en betaalbare koopwoningen. Vertraging treft dus woningzoekenden. Dat is een serieus argument.
Maar het college erkent zelf dat het schrappen van het verbod geen garantie geeft op een eerdere bouwstart. De ontwikkelaar belooft alleen dat hij zich extra zal inspannen. De gemeente levert een concrete bescherming in, en krijgt daar een goed voornemen voor terug.
Dat is een erg magere ruil.
Nog geen woning gebouwd, wel de eerste uitzondering
Op 8 oktober schreven we al dat de eerste uitzondering op het doorverkoopverbod eraan zat te komen. Een week later is het zover.
Het college benadrukt dat het om een oudere afspraak met de ontwikkelaar gaat, en om bijzondere omstandigheden. Maar dat beantwoordt de hoofdvraag niet: wat is anti-speculatiebeleid waard als de gemeente bij de eerste tegenwind de bescherming laat vallen? En welke ontwikkelaar klopt straks als volgende aan, met precies hetzelfde verhaal?
Het college spreekt van een zorgvuldige afweging tussen woningbouw en regels. Wij zien vooral slappe knieën. Wie speculatie echt wil bestrijden, geeft zijn uitgangspunten niet op bij het eerste bezwaar.